Blog
In deze blog lees je precies wat de regels zijn rondom scholing tijdens het re-integratietraject. Moet je dat als werkgever aanbieden en betalen? In hoeverre is de werknemer verplicht daaraan mee te werken en welke voorbeelden zien wij hiervan in de rechtspraak? Na het lezen van dit artikel weet je precies hoe het zit.
Verplichting tot het aanbieden van scholing
In de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter is duidelijk opgenomen dat scholing betrokken moet worden bij het onderzoek zowel in spoor 1 als spoor 2. Daarin lees je ook dat het UWV bij de RIV-toets kijkt naar (onder andere):
• Zijn de mogelijkheden tot een andere functie bij de eigen werkgever, zo nodig met aanpassingen en scholing, in voldoende mate verkend?
• Zijn er activiteiten ondernomen voor het vinden van passend werk bij een andere werkgever, zo nodig door middel van scholing?
Wordt niet gekeken naar de scholingsmogelijkheden tijdens het re-integratietraject, dan kan dit leiden tot een loonsanctie van het UWV. Twee voorbeelden uit de praktijk worden later in dit artikel besproken.
Verplichting tot het meewerken aan scholing
Tegenover deze verplichting van de werkgever, staat uiteraard ook een verplichting voor de werknemer. Die heeft namelijk de verplichting om mee te werken aan “redelijke maatregelen die gericht zijn op vergroting van zijn bekwaamheden, zoals training en scholing”. Ook dat is te lezen in de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter.
Kosten van de scholing
De Werkwijzer poortwachter gaat uit van de gedachten dat de werkgever de kosten van de re-integratie draagt. Toch gaat dat niet zo ver dat iedere (dure) opleiding door de werkgever bekostigd moet worden. In de Werkwijzer poortwachter staat daarover (p. 15 van 42):
“Van de werkgever kan in redelijkheid niet worden gevraagd, dat hij de kosten draagt van een re-integratietraject waarvan van tevoren duidelijk is dat de re-integratiemogelijkheden van de werknemer niet of nauwelijks verruimen. Zo hoeft een werkgever meestal geen dure opleiding te betalen, waarbij de werknemer na afronding in staat is om slechts 1 specifieke functie te verwerven. Als er hierin nauwelijks vacatures voorkomen. De kans op vergroting van de re-integratiemogelijkheden, is bepalend voor de vraag welke financiële bijdrage wij van een werkgever mogen verwachten.”
Voorbeeld 1: verandering in loopbaan
De Centrale Raad van Beroep deed in 2023 uitspraak in een zaak waarin een meettechnicus zijn eigen werk niet langer kon doen, en moest re-integreren in een administratieve functie. In die uitspraak werd overwogen dat een administratieve functie een verandering in de loopbaan zou betekenen en dat het daarom voor de hand ligt om te onderzoeken of een gerichte administratieve opleiding of scholing de kansen op de arbeidsmarkt zou vergroten. Dat onderzoek (naar de scholingsmogelijkheden) is echter niet uitgevoerd. Mede daarom kreeg de werkgever een loonsanctie van het UWV. De Centrale Raad van Beroep liet die loonsanctie in stand.
Voorbeeld 2: noodzakelijk op de arbeidsmarkt
In een andere zaak bij de rechtbank Den Haag was sprake van een zieke taxichauffeur. Ook voor deze werkneemster moest gezocht worden naar een andere functie. Het re-integratiebureau gaf daarbij aan dat de computervaardigheden van werkneemster beperkt waren en dat dit een negatieve invloed had op de zoektocht naar passend werk. De werkgever bood weliswaar aan om een computertraining te betalen als dit door een andere potentiële werkgever nodig werd gevonden, maar dat was niet voldoende volgens het UWV en de rechtbank. De opgelegde loonsanctie bleef daarom in stand.
Tip!
Zorg er als werkgever voor dat zowel in spoor 1 als in spoor 2 gekeken wordt naar de scholingsmogelijkheden. Als dit de kans op werkhervatting vergroot, moet je die scholing aanbieden en betalen. Dit is overigens niet grenzeloos, de kosten moeten wel redelijk zijn en de scholing moet daadwerkelijk leiden tot een grotere kans op werkhervatting.
Advies binnen handbereik
bij complexe verzuimcasussen?
Sluit nu een VeReFi Plus of Premium abonnement af
en stel jouw vragen aan één van onze experts van de Adviesdesk.
Geschreven door
Natascha Schenk, Jurist sociaal verzekeringsrecht, WVO Advocaten