Blog
In het vorige artikel bespraken we wanneer een tweede spoortraject tijdig is ingezet. In dit vervolg kijken we naar de inhoud: wat moet minimaal in een adequaat tweede spoortraject zitten? Deze maand deel 2: Wat mag niet ontbreken?
Het trajectplan
De Werkwijzer Poortwachter schrijft voor dat het trajectplan in ieder geval moet bevatten:
•   Een persoonsprofiel;
•   Een zoekprofiel;
•   Een overzicht van de rapportagemomenten.
Â
Het persoonsprofiel
Het persoonsprofiel bevat de uitgangspositie van de werknemer. Daarbij wordt gekeken naar zijn bekwaamheden (denk aan werkervaring en genoten scholing) en zijn belastbaarheid. Voor dat laatste wordt uitgegaan van hetgeen de bedrijfsarts daarover heeft aangegeven.Â
Voorbeeld
De activiteiten in het tweede spoortraject moeten aansluiten op het persoonsprofiel van de werknemer. In een zaak bij de Centrale Raad van Beroep zocht een zieke manager voornamelijk naar leidinggevende functies, terwijl de bedrijfsarts had vastgesteld dat hij beperkt was in persoonlijk functioneren en conflicthantering. Leidinggeven was volgens het medische oordeel alleen verantwoord binnen een rustige werkomgeving, met helder omschreven taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Toch werd gezocht naar functies die aantoonbaar niet voldeden aan deze voorwaarden. Dat strookte niet met het opgestelde persoonsprofiel. De Centrale Raad oordeelde dan ook dat het tweede spoortraject, mede om die reden, niet adequaat was.
Â
Het zoekprofiel
In de rechtspraak zien we ook regelmatig voorbeelden van trajecten waarbij is afgeweken van het zoekprofiel. Ook dat kan leiden tot een loonsanctie. Het zoekprofiel is in feite het einddoel. Een vertaalslag van het persoonsprofiel naar bemiddelbare beroepen. Het is een opsomming van branches en functies met de meeste kans op werkhervatting.
Voorbeeld
Het solliciteren naar functies die niet aansloten bij de zoekberoepen in het trajectplan, was in deze zaak bij de Centrale Raad van Beroep mede de reden voor het in stand laten van de loonsanctie aan de werkgever.Â
Â
De duur
Er is overigens geen standaard trajectduur. Dat betekent dat in het ene geval een traject van zes maanden adequaat kan zijn, terwijl in een ander geval een traject van negen maanden niet adequaat is. Volgens de Werkwijzer Poortwachter bepalen de “aard, omvang en verscheidenheid” van de re-integatiebelemmerende factoren wat een geschikte duur is voor het tweede spoortraject.
Â
Het aantal sollicitaties
Ook het aantal sollicitaties bepaalt niet of het tweede spoortraject adequaat is. Zo oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat een traject waarin slechts drie keer was gesolliciteerd, toch adequaat was gelet op alle andere activiteiten die waren ontplooid. In een meer recente zaak bij de rechtbank Den Haag was juist sprake van talrijke (niet-succesvolle) sollicitaties. Ondanks het grote aantal sollicitaties was het tweede spoortraject niet adequaat.
Â
Tip!
Bij een tweede spoortraject zijn het persoonsprofiel en zoekprofiel leidend, niet de voorkeuren van de werknemer. De rechtbank Gelderland bevestigde dit recent nog: een werknemer richtte zich uitsluitend op functies binnen het muziekonderwijs, terwijl ook functies in het sociaal domein passend waren. Omdat hij die weigerde, werd het traject als te beperkt beoordeeld en dus niet adequaat.
Deze lijn sluit aan bij eerdere rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin een leerkracht alleen binnen het onderwijs wilde solliciteren. Ook daar leidde dat tot een onvoldoende tweede spoortraject en een loonsanctie voor de werkgever.
Zorg er dus voor dat het tweede spoortraject is gebaseerd op objectieve criteria - niet op voorkeuren - en voldoende breed is ingericht. Daarmee voorkom je verrassingen bij de RIV-toets door het UWV.
Â
Advies binnen handbereik
bij complexe verzuimcasussen?
Sluit nu een VeReFi Plus of Premium abonnement af
en stel jouw vragen aan één van onze experts van de Adviesdesk.
Geschreven door
Natascha Schenk, Jurist sociaal verzekeringsrecht, WVO Advocaten